Mobiliteitsbudget berekenen: de formule en de bedragen 2026
.avif)
Je werknemer levert zijn bedrijfswagen in en wil weten wat hij daarvoor terugkrijgt. Het mobiliteitsbudget berekenen draait om één cijfer: de jaarlijkse brutokost van precies die wagen voor jou als werkgever. De wet laat je kiezen uit twee formules om die kost vast te leggen, en zet er een bodem en een plafond omheen.
Hoeveel mag het mobiliteitsbudget in 2026 zijn?
Het mobiliteitsbudget is een jaarlijks bedrag dat een werknemer krijgt in ruil voor zijn bedrijfswagen of voor het recht erop, en dat hij vrij verdeelt over drie wettelijke pijlers. Dat bedrag volgt de kost van de wagen, maar het blijft tussen een wettelijke onder- en bovengrens. Voor 2026 ligt de bodem op € 3.233 per kalenderjaar en het absolute plafond op € 17.244. Daarnaast blijft het budget onder een vijfde van het brutoloon, dus bij € 55.000 bruto zakt je maximum naar € 11.000.
| Inkomstenjaar | Minimum | Absoluut plafond |
|---|---|---|
| 2024 | € 3.055 | € 16.293 |
| 2025 | € 3.164 | € 16.875 |
| 2026 | € 3.233 | € 17.244 |
Bron: de geïndexeerde bedragen op mobiliteitsbudget.be, versie 16 juli 2026. Artikel 12, § 4 van de federale wet van 17 maart 2019 draagt deze bedragen én de grens van een vijfde, sinds 2024 jaarlijks geïndexeerd.
Welke twee formules mag je gebruiken?
Sinds 1 januari 2024 mag je kiezen. Je rekent ofwel met de werkelijke kosten van die wagen, de TCO over vier jaar, ofwel met de forfaitaire formule. Die keuze geldt voor je hele personeel en blijft drie jaar staan, dus ze is minder vrijblijvend dan ze klinkt. Van de werkelijke kosten bestaat geen algemeen rekenvoorbeeld, want dat zijn vier jaar van je eigen facturen, en net daarvoor bestaat het forfait.
| Werkelijke kosten | Forfaitaire formule | |
|---|---|---|
| Waarop je rekent | alle autokosten van die wagen, gemiddeld over vier jaar | een vaste component plus een variabele component |
| Wanneer ze past | je hebt vier jaar kostenhistoriek van die wagen | je werknemer had nog geen wagen, of je historiek is onvolledig |
| Wat ze aan werk kost | een vaste lijst van 23 posten uitvlooien | vijf posten, één afstand en één kilometervergoeding |
| Hoe lang je keuze vastligt | drie jaar, voor al je werknemers | drie jaar, voor al je werknemers |
| Waar ze scheeftrekt | één duur schadejaar tilt het budget mee omhoog | het forfait kan hoger of lager uitvallen dan je echte kost |
Bron: de vraagrubriek over de omvang van het budget op mobiliteitsbudget.be, geraadpleegd op 25 september 2026.
Hoe reken je de forfaitaire formule uit?
De forfaitaire formule telt twee stukken bij elkaar op. De vaste component dekt de wagen zelf, de variabele component dekt de brandstof of de stroom. Reken ze apart uit en tel ze daarna samen.
Vaste componentLeasekost + kosten buiten het contract + niet-aftrekbare btw + belasting op niet-aftrekbare autokosten + CO2-solidariteitsbijdrageGekocht of in financiële leasing? Dan 25% van de cataloguswaarde + de bijdrage.
Variabele component(6.000 km privé + woon-werkafstand × 2 ritten × 200 werkdagen) × verbruikskost per kilometerVerbruikskost = 30% van de kilometervergoeding. Geen tank- of laadkaart? Dan nul.
De vaste component, post per post
Huur je de wagen of neem je hem in operationele leasing? Dan tel je vijf posten op, en de kosten buiten het contract middel je over de voorbije drie jaar. Voor een gekochte wagen of een wagen in financiële leasing vervang je de eerste vier posten door 25% van de cataloguswaarde.
- de jaarlijkse huur- of leasekost
- de kosten die buiten het contract vallen
- de niet-aftrekbare btw
- de belasting op het niet-aftrekbare deel van de autokosten
- de CO2-solidariteitsbijdrage
Vergeet de CO2-solidariteitsbijdrage niet
Die federale bijdrage betaal je maandelijks per wagen, en net die post valt het vaakst uit de som. Voor een wagen zonder uitstoot blijft ze op het minimum van € 42,34 per maand staan, oftewel € 508,08 per jaar. Voor een benzine- of dieselwagen reken je met een formule op de uitstoot, met een multiplicator die in 2026 op 4,00 staat en in 2027 naar 5,50 gaat.
Hoe reken je de variabele component uit?
De variabele component is één som: 6.000 privékilometer, plus je woon-werkafstand maal twee ritten maal 200 werkdagen, alles maal de verbruikskost per kilometer. Die verbruikskost bedraagt 30% van de kilometervergoeding die geldt op het moment dat je rekent, en dat cijfer beweegt per kwartaal. Heeft je werknemer geen tank- of laadkaart, dan valt de hele variabele component terug op nul.
Wat komt daar in euro's uit?
Neem een werknemer die op 25 kilometer van het werk woont, met een elektrische wagen die in 2025 besteld is, in operationele leasing voor € 600 per maand. Zijn privéforfait komt op 16.000 kilometer, en de verbruikskost per kilometer bedraagt € 0,1332 in het derde kwartaal van 2026. Voor deze werknemer komt het mobiliteitsbudget zo op € 10.595,28 per jaar. Dat bedrag past pas onder de grens van een vijfde bij een brutoloon vanaf € 52.977, dus bij een lager loon zakt het budget mee.
| Regel | Bedrag | Waar het vandaan komt |
|---|---|---|
| Jaarlijkse leasekost | € 7.200 | € 600 per maand, all-in |
| Kosten buiten het leasecontract | € 0 | het contract is all-in, dus er valt niets bij te tellen |
| Niet-aftrekbare btw | € 756 | 21% btw op € 7.200, waarvan je in de btw-aangifte de helft mag aftrekken |
| Belasting op niet-aftrekbare autokosten | € 0 | in de vennootschapsbelasting is deze wagen 100% aftrekbaar, want hij is besteld tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 |
| CO2-solidariteitsbijdrage | € 508,08 | € 42,34 per maand, het minimum voor een nulemissiewagen |
| Vaste component | € 8.464,08 | de som van de vijf regels hierboven |
| Privéforfait | 16.000 km | 6.000 + (25 × 2 × 200) |
| Verbruikskost per kilometer | € 0,1332 | 30% van € 0,4440 |
| Variabele component | € 2.131,20 | 16.000 × € 0,1332 |
| Mobiliteitsbudget | € 10.595,28 | vaste plus variabele component |
Bron: kilometervergoeding € 0,4440 voor 1 juli tot 30 september 2026, uit de tabel met geïndexeerde bedragen op mobiliteitsbudget.be. De leasekost is een rekenvoorbeeld, geen tarief.
Twijfel je over jouw situatie? Leg de berekening even voor aan je boekhouder of aan FOD Financiën.
Waaraan mag je werknemer het budget besteden?
Het budget valt uiteen in drie pijlers, en je werknemer kiest zelf hoe hij het verdeelt. Wat hij niet in pijler 1 stopt, houdt hij over voor pijler 2 en 3. Precies daar zit je speelruimte: een jonge tweedehandse wagen in pijler 1 drukt de kost van die pijler en laat meer ruimte voor de andere twee.
| Pijler | Wat je werknemer ermee doet | Fiscaal en RSZ |
|---|---|---|
| 1. Milieuvriendelijke wagen | een wagen zonder uitstoot, met de kosten eromheen | dezelfde regels als bij een klassieke bedrijfswagen |
| 2. Duurzame mobiliteit | fiets, openbaar vervoer, deelmobiliteit en huisvestingskosten dicht bij het werk | volledig vrij van belasting en van RSZ-bijdragen |
| 3. Saldo in cash | wat er eind december overblijft | vrij van personenbelasting, wel een federale werknemersbijdrage van 38,07% |
Bron: de pijlerindeling uit de federale wet van 17 maart 2019, met de percentages zoals de federale portaalsite en de Belgische loonsecretariaten ze in september 2026 publiceren.
Wat mag er precies in pijler 2?
Pijler 2 is de ruimste van de drie en fiscaal ook de interessantste. Naast een fiets, een abonnement en deelmobiliteit vallen er ook huisvestingskosten onder, voor wie dicht bij het werk woont of een groot deel van de week thuiswerkt. Welke uitgaven er verder in passen, lees je in de drie pijlers van het mobiliteitsbudget.
Wordt het mobiliteitsbudget verplicht voor werkgevers?
Nog niet. Het federale antwoord op die vraag is nog altijd neen, en over de aangekondigde wijziging bestaan er sinds april 2026 nog steeds geen officiële teksten. Het idee staat in het federale regeerakkoord 2025-2029, en de ministerraad raakte het er begin 2026 over eens.
Die afspraak ziet er zo uit: bedrijven met minstens 50 werknemers vanaf 1 januari 2027, bedrijven vanaf 15 werknemers een jaar later, en onder de 15 werknemers helemaal niet. Dat is aangekondigd beleid en geen wet, dus er kan nog van alles schuiven. Wie vandaag al bedrijfswagens toekent, bouwt ondertussen wel de kostenhistoriek op die de werkelijke-kostenmethode straks vraagt.
Wat betekent dit voor een KMO of zelfstandige?
Een zelfstandige zonder personeel valt buiten dit verhaal, want het mobiliteitsbudget loopt via een arbeidsovereenkomst. Heb je wel werknemers met een wagen, dan is de rekenoefening hierboven je hele voorbereiding. Least je je wagenpark als KMO bij LIZY, dan ken je de kost per wagen al, en dat is exact de input van stap 1.
- Bepaal de jaarlijkse brutokost van de wagen die je werknemer inlevert, werkelijk of forfaitair.
- Toets het resultaat aan de bodem van € 3.233, aan het plafond van € 17.244 en aan een vijfde van het brutoloon.
- Leg vast wat je in pijler 2 aanbiedt, want zonder aanbod valt er voor je werknemer weinig te kiezen.
- Laat hem kiezen hoe hij het budget over de drie pijlers verdeelt.
- Herbereken het budget elk jaar, want de grensbedragen en de kilometervergoeding schuiven allebei.
Waar begin je?
De grootste valkuil in dit dossier is geen rekenfout, maar een verouderd cijfer. De kilometervergoeding wijzigt per kwartaal, de bodem en het plafond wijzigen per jaar, en voor het vierde kwartaal van 2026 ligt er nog geen tarief vast. Gebruik dus de cijfers die gelden op de dag dat je rekent, en noteer die datum bij je berekening. Alles wat er verder bij komt kijken, van de instapvoorwaarden tot de administratie, staat in het volledige overzicht van het mobiliteitsbudget.
Wil je weten wat zo'n wagen kost voordat je de vaste component invult? Je ziet bij LIZY de maandprijs van elke wagen in het actuele aanbod leasewagens, en zonder dat bedrag kom je aan stap 1 niet voorbij. Welke wagen zou jij als startpunt nemen?
Veelgestelde vragen
Hoeveel bedraagt een gemiddeld mobiliteitsbudget?
Een officieel gemiddelde bestaat niet, en dat is logisch: het budget is geen bedrag dat iemand vastlegt, maar de kost van de wagen die je werknemer inlevert. In de praktijk landt het tussen € 3.233 en € 17.244 per jaar, met een vijfde van het brutoloon als extra rem. Bij een leasekost van € 600 per maand komt het rekenvoorbeeld hierboven uit op € 10.595,28.
Mag je de forfaitaire formule gebruiken voor iemand die nog geen bedrijfswagen had?
Ja, en daarvoor bestaat ze. Wie nooit een wagen kreeg, doet er ook geen afstand van, dus er valt geen vier jaar aan werkelijke kosten op te tellen. De forfaitaire formule vertrekt in dat geval van de wagen waarop je werknemer recht heeft volgens je car policy. Let wel: je keuze voor die methode geldt meteen voor je hele personeel.
Wat als je werknemer geen tankkaart of laadkaart heeft?
Dan valt de variabele component terug op nul en houd je alleen de vaste component over. In het rekenvoorbeeld hierboven scheelt dat € 2.131,20 op een budget van € 10.595,28, dus een vijfde van het hele budget. Bij wagens waarvan de stroom of de brandstof al in de leaseprijs zit, komt het vaker voor dan je denkt.
Hoe vaak moet je het budget opnieuw berekenen?
Eén keer per jaar volstaat voor het budget zelf, want de bodem en het plafond schuiven op 1 januari. De kilometervergoeding in de variabele component beweegt sneller: ze ligt telkens per kwartaal vast, en in 2026 liep ze zelfs drie maanden lang per maand op. Reken daarom bij elke nieuwe werknemer opnieuw.
.avif)
.avif)

